Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018

Onder 9.10 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:830.

Het Hof heeft geoordeeld (in r.o. 7.4.9) dat de belanghebbende tegenover de gemotiveerde betwisting door de Inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat [A] bevoegd was rechtshandelingen namens de belanghebbende te verrichten en dat [A] ’ handelingen ook overigens niet als ondernemingsuitoefening door de belanghebbende kunnen worden gezien. Volgens de belanghebbende moet naar de feiten worden gekeken en is voor toerekening van [A] ’ handelen aan de belanghebbende niet vereist dat hij bestuurder of gevolmachtigde van de belanghebbende is. Boven (5.3) heb ik al geconcludeerd dat HR BNB 2016/166 – over uitbestede werkzaamheden – in belanghebbendes geval niet relevant is. Het ging in die zaak onder meer om externe deskundigen die op projectbasis werden ingehuurd voor advisering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0, en de alinea staat in dat document op bytes 183204 tot 184047.