Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018

Onder 9.14 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:830.

Voor dat geval meent de belanghebbende dat niet zonder nadere motivering begrijpelijk is ‘s Hofs oordeel dat in casu sprake zou zijn van beleggen. Het door het Hof in r.o. 7.4.7. geschetste beoordelingskader volgt ook uit de MvT bij de wet waarbij art. 17(3)(b) Wet Vpb in 2012 is gewijzigd (zie 4.6 en 4.7 en r.o. 7.4.2-7.4.3). Het Hof heeft in r.o. 7.4.8.-7.4.14 uitgebreid gemotiveerd waarom hij van oordeel is dat het a.b. in Holding niet behoort tot belanghebbendes ondernemingsvermogen. Die motivering berust op een waardering van feiten en is geenszins onbegrijpelijk. Boven (5.1-5.2) concludeerde ik al dat HR BNB 2012/102 en HR BNB 2001/210, waarop de belanghebbende zich beroept, mijns inziens voor haar geval niet relevant zijn wegens onvergelijkbaarheid van de gevallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0, en de alinea staat in dat document op bytes 186110 tot 186978.