Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018

Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:830.

“Het is zoeken naar de dragende redenen op basis waarvan de Rechtbank tot oordeel is gekomen dat artikel 17, lid 3, onderdeel b, Wet VpB 1969 niet van toepassing is. Dit komt mede doordat de Rechtbank geen duidelijk onderscheid maakt tussen de A- en B-aandelen. Cruciaal voor de Rechtbank lijkt dat de structuur grotendeels al in 1989 is geïmplementeerd. In hoeverre kan in 2012 dan nog sprake zijn van een ontgaansmotief bij een dividenduitkering? Hier kan ook anders naar worden gekeken. Tot 2010, en vlak voor de dividenduitkering, hield Z [ [A] ; PJW] zelf direct een belang in Y bv. Indien er op deze aandelen een dividend was uitgekeerd aan Z, zou dividendbelasting moeten worden ingehouden. Dit wordt door de Rechtbank ook opgemerkt (r.o. 15), maar vormt voor de Rechtbank geen grond om tot een ander oordeel te komen. Afhankelijk van de, niet genoemde omvang van het A-aandelenbelang, zou Z ook buitenlands belastingplichtig zijn in box 2 ten aanzien van het A-aandelenbelang. In dat geval is met de overdracht aan X bv zowel Nederlandse dividend- als inkomstenbelasting ontgaan. Het is daarom niet verwonderlijk dat er hoger beroep is aangetekend tegen deze uitspraak.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0, en de alinea staat in dat document op bytes 37012 tot 38208.