Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:84.

De Staat heeft er bij s.t. 4.2.4 terecht op gewezen dat de voldoende zekerheid die er bij de benadeelde moet bestaan dient te zien op de bekendheid met de fout of het tekortschieten (de “fout”) en niet op de bekendheid of een bepaalde gedraging gekwalificeerd zal worden als foutief of tekortschietend (de “juridische beoordeling”). Volgens vaste rechtspraak van Uw Raad is voor het gaan lopen van de verjaringstermijn namelijk niet vereist dat de benadeelde – behalve met de feiten en omstandigheden die betrekking hebben op de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon – daadwerkelijk bekend is met de juridische beoordeling van die feiten en omstandigheden (vgl. hiervoor

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e35ef0bb2f5fcad4c565c088be415e0bf4ce801563040bae08d677d85bd737e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e35ef0bb2f5fcad4c565c088be415e0bf4ce801563040bae08d677d85bd737e4, en de alinea staat in dat document op bytes 63010 tot 63713.