Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:84.

Maar ik denk niet dat dat klopt. In wezen slaat de Staat in deze redenering een stap over, namelijk: is er wel schade? Daarover moet voldoende zekerheid bestaan, niet alleen over de aansprakelijke persoon, zoals de Staat hier eigenlijk betoogt. Volgens de besproken rechtspraak volstaat het enkele vermoeden van schade onder omstandigheden niet – en als er niet onjuist is geïmplementeerd, is er geen schade. De stap in s.t. 4.2.5 van de Staat dat geen parallel te trekken valt met de voldoende zekerheidsleer, nu voor zover TMG schade zou hebben geleden, dat alleen kon zijn veroorzaakt door de onpersoonlijke geschriftenbescherming , is te ruim geformuleerd en daarom onjuist. Daar wordt in s.t. 4.2.6 en 4.3 dan vervolgens van gemaakt: TMG was bekend met schade, oorzaak en aansprakelijke persoon, maar had alleen geen zekerheid over de juridische beoordeling, maar dat laatste is ook niet vereist, en dus ging toen de korte verjaringstermijn lopen. Dat betoog mist waar het hier om gaat, namelijk de in stand gelaten geschriftenbescherming door onjuiste implementatie van de DRl en het springende punt in onze zaak is zodoende wanneer voldoende duidelijk mocht heten dat die onpersoonlijke geschriftenbescherming in stand latende implementatie fout was (in deze volgens mij juiste zin s.t. TMG 3.9).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e35ef0bb2f5fcad4c565c088be415e0bf4ce801563040bae08d677d85bd737e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e35ef0bb2f5fcad4c565c088be415e0bf4ce801563040bae08d677d85bd737e4, en de alinea staat in dat document op bytes 66593 tot 68017.