Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:84.

Subonderdeel 1.1.1 klaagt dat het hof heeft miskend dat voor het aanvangen van de verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW is vereist dat de benadeelde voldoende zekerheid – die niet een absolute zekerheid behoeft te zijn – heeft verkregen dat de schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van de betrokken persoon en dat het antwoord op de vraag op welk tijdstip de verjaringstermijn is gaan lopen afhankelijk is van alle ter zake dienende omstandigheden. Dat bekendheid met de juridische beoordeling niet nodig is kan volgens de klacht niet de conclusie dragen dat TMG al in 1998-2000 voldoende zekerheid had in vorenbedoelde zin, zeker niet in het licht van de door TMG ingeroepen bevestiging van de onpersoonlijke geschriftenbescherming door uitspraken van de Staat in parlementaire geschiedenis en vaste rechtspraak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e35ef0bb2f5fcad4c565c088be415e0bf4ce801563040bae08d677d85bd737e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e35ef0bb2f5fcad4c565c088be415e0bf4ce801563040bae08d677d85bd737e4, en de alinea staat in dat document op bytes 72030 tot 72939.