Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018
Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:84.
Deze klacht is volgens mij gebaseerd op een verkeerde lezing van het arrest. ’s Hofs oordeel dat er sprake is van voldoende zekerheid is, als ik het goed zie – vgl. hiervoor in 2.6 – namelijk niet gebaseerd op deze overweging, maar op de passages in rov. 4.6 en 4.7 dat TMG wist dat vanaf uiterlijk 2000 de mogelijkheid bestond dat de onpersoonlijke geschriftenbescherming als strijdig met de DRl zou worden aangemerkt, althans dat dat niet onverwacht kan zijn geweest. Maar als ik dat niet goed zie, ligt deze klacht in lijn van de twee vorige subonderdelen en gaat deze ook op.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e35ef0bb2f5fcad4c565c088be415e0bf4ce801563040bae08d677d85bd737e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e35ef0bb2f5fcad4c565c088be415e0bf4ce801563040bae08d677d85bd737e4, en de alinea staat in dat document op bytes 75317 tot 75916.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e35ef0bb2f5fcad4c565c088be415e0bf4ce801563040bae08d677d85bd737e4 | shasum -a 256