Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Onder 2.21 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:84.

Ook deze klacht ontbeert volgens mij feitelijke grondslag in de bestreden beslissing. Het subonderdeel gaat er ten onrechte van uit dat het hof geen onderscheid zou hebben gemaakt tussen de maatstaf voor het aanvangsmoment van de verjaring en de maatstaf die moet worden gehanteerd om te bepalen of een beroep op (dat aanvangsmoment van de) verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dit onderscheid is wel gemaakt in rov. 4.5 (invalshoeken A en B) en de maatstaven zijn vervolgens afzonderlijk toegepast (in rov. 4.6-4.8). Omdat het hof het beroep op de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid in rov. 4.8 al had besproken, kon het in rov. 5.1 volstaan met daar naar te verwijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e35ef0bb2f5fcad4c565c088be415e0bf4ce801563040bae08d677d85bd737e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e35ef0bb2f5fcad4c565c088be415e0bf4ce801563040bae08d677d85bd737e4, en de alinea staat in dat document op bytes 89195 tot 89939.