Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018
Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:87.
Dat een betrokkene onder omstandigheden als een bestuurder of een ander die in dienst is van de rechtspersoon als bedoeld in art. 2:354 BW kan worden aangemerkt, heeft de ondernemingskamer al eerder beslist. Zo oordeelde de ondernemingskamer in de beschikking van 19 juni 1997 (Bobel) dat hoewel sommige verweerders geen formele bestuurder van de rechtspersoon waren, voldoende duidelijk uit het verslag bleek dat zij in feite als bestuurders van de rechtspersoon optraden en daarom onder de werking van art. 2:354 BW vielen .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/047c77418020ae949660a6d0dfd92bfa9a1b6e68d2aea6d9e3acf13f52ecdb10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 047c77418020ae949660a6d0dfd92bfa9a1b6e68d2aea6d9e3acf13f52ecdb10, en de alinea staat in dat document op bytes 36919 tot 37524.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/047c77418020ae949660a6d0dfd92bfa9a1b6e68d2aea6d9e3acf13f52ecdb10 | shasum -a 256