Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018
Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:87.
Alleen in de zaak Van der Molen is gemotiveerd waarom betrokkene als feitelijk bestuurder functioneerde: de door de ondernemingskamer in haar uitspraak vastgestelde omstandigheden tezamen en in hun onderlinge samenhang toonden aan dat betrokkene (oud CEO en oud commissaris van de rechtspersoon), die in april 2007 was aangetrokken als adviseur en vanaf mei 2008 “nadrukkelijk in de organisatie was neergezet”, in de periode tussen mei 2008 en medio juli 2009 een zodanige invloed had op het beleid en de gang van zaken van de rechtspersoon dat zijn positie gelijk te stellen is met die van een bestuurder. Daarvoor is, aldus de ondernemingskamer niet vereist dat aannemelijk is dat hij bij ieder bestuursbesluit in deze periode was betrokken .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/047c77418020ae949660a6d0dfd92bfa9a1b6e68d2aea6d9e3acf13f52ecdb10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 047c77418020ae949660a6d0dfd92bfa9a1b6e68d2aea6d9e3acf13f52ecdb10, en de alinea staat in dat document op bytes 39614 tot 40440.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/047c77418020ae949660a6d0dfd92bfa9a1b6e68d2aea6d9e3acf13f52ecdb10 | shasum -a 256