Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018

Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:87.

Ook Josephus Jitta behoort tot de tegenstanders. Hij veronderstelt in zijn noot onder de beschikking van de ondernemingskamer van 19 juli 2012 (Cancun) dat de ondernemingskamer ruimte lijkt te zien om ook personen die feitelijk als bestuurder als bedoeld in art. 2:354 BW zijn aan te merken, te veroordelen om de onderzoekskosten te betalen en dat de ondernemingskamer zich daarbij mogelijk laat leiden door het civielrechtelijke aansprakelijkheidsrecht. Hij wijst er vervolgens echter op dat de gelijkstelling van feitelijk medebeleidsbepalers aan bestuurders in art. 2:138/248 BW op een uitdrukkelijke wetsbepaling berust, namelijk op het zevende lid van art. 2:138/248 BW. Omdat die gelijkstelling ontbreekt in art. 2:354 BW meent hij dat medebeleidsbepalers op grond van art. 2:354 BW niet in de kosten van het onderzoek kunnen worden veroordeeld .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/047c77418020ae949660a6d0dfd92bfa9a1b6e68d2aea6d9e3acf13f52ecdb10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 047c77418020ae949660a6d0dfd92bfa9a1b6e68d2aea6d9e3acf13f52ecdb10, en de alinea staat in dat document op bytes 41493 tot 42423.