Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019

Onder 3.7.2 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1000.

Daarmee heeft het hof – zoals de steller van het middel ook erkent – de juiste maatstaf toegepast. De vraag is vervolgens of het oordeel van het hof begrijpelijk en toereikend gemotiveerd is. Allereerst merk ik op dat anders dan de steller van het middel meent, het hof zich wel – zij het summier – heeft uitgelaten over de doeltreffendheid van de opgeworpen argumenten en verweren. Het hof heeft immers niet slechts overwogen dat de hierboven genoemde relevante vragen ‘’zich niet zonder nader onderzoek ter terechtzitting laten beantwoorden’’. Het hof heeft overwogen dat deze vragen zich, ‘’ gelet op het dossier en de opgeworpen argumenten’’ , niet zonder nader onderzoek ter terechtzitting laten beantwoorden ‘’ in de door de verdachte bepleite zin’’ . Daarmee heeft het hof kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat in het dossier voldoende aanknopingspunten te vinden zijn voor een vervolging en dat de door de verdachte opgeworpen verweren onvoldoende gewicht in de schaal leggen om reeds in dit stadium (zoals door de verdachte bepleit) ervan uit te kunnen gaan dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later tot een bewezenverklaring zal komen. In de tweede plaats heeft het hof daarmee (andermaal) tot uitdrukking willen brengen dat zijn oordeel een voorlopig karakter draagt en dat de rechter naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting tot een ander oordeel kan komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fdfc9eb3257d7a7ff68632b3d3c2c02a51aa8a215d917fa555cc23208ef4e21. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fdfc9eb3257d7a7ff68632b3d3c2c02a51aa8a215d917fa555cc23208ef4e21, en de alinea staat in dat document op bytes 58636 tot 60282.