Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2019

Onder 1.18 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1007.

Nadat ter zitting van 25 mei 2016 een mondelinge behandeling had plaatsgevonden, heeft het hof bij tussenbeschikking van 9 maart 2017 , voor zover hier relevant, vastgesteld dat in hoger beroep (ook) de hoogte van het aan de vrouw toekomende deel van de pensioenaanspraken van de man die door hem in eigen beheer zijn opgebouwd, ter discussie staat. Het hof heeft overwogen dat het – daar beide partijen uitgaan van een hogere pensioenaanspraak van de vrouw dan het in eerste aanleg tot uitgangspunt genomen bedrag van € 160.000,-, maar zij verdeeld zijn over de exacte hoogte van deze pensioenaanspraak – voornemens is om een deskundige te benoemen ter zake van de bepaling van de hoogte van de pensioenaanspraak van de vrouw (rov. 7.56) en voorts ter zake van de bepaling of, en in hoeverre, de man in staat is om zorg te dragen voor afstorting van de pensioenaanspraak van de vrouw bij een externe pensioenverzekeraar (rov. 7.61). Het hof heeft partijen echter, nu dit (hoge) kosten met zich mee zal brengen, in de gelegenheid gesteld hierover eerst onderling in overleg te treden en zich daarover schriftelijk uit te laten. Indien zij niet tot een vergelijk zouden komen, werden partijen verzocht zich uit te laten over de te benoemen deskundige(n). Het hof heeft iedere verdere beslissing aangehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f16c1d73926cf4ca1def07ff65d62c1cea07a3de30bb3039851d22a7312ab493. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f16c1d73926cf4ca1def07ff65d62c1cea07a3de30bb3039851d22a7312ab493, en de alinea staat in dat document op bytes 17857 tot 19245.