Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2019
Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1007.
Het onderdeel klaagt dat rov. 2.5 rechtens onjuist, althans zonder nadere toelichting onbegrijpelijk is, omdat het hof aldus oordeelt – nadat het onderkent dat de vrouw per 1 januari 2018 een hoger bedrag nodig heeft om haar pensioenaanspraak elders te verzekeren dan per peildatum (23 maart 2012) nodig zou zijn geweest – dat (toch) uitgegaan dient te worden van de (commerciële) waarde per peildatum en niet per datum van afstorten en dat (slechts) motiveert met de overweging dat het hof het – mede gelet op de postrelationele solidariteit – niet redelijk acht dit ten laste van de man te laten komen, nu dit eveneens zou gelden voor de aanspraak van de man. Volgens het onderdeel volgt uit HR 14 april 2017 dat de eisen van redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding tussen ex-echtgenoten beheersen in het algemeen zullen meebrengen dat de tot verevening verplichte echtgenoot die als directeur en enig aandeelhouder de rechtspersoon beheerst waarin de te verevenen pensioenaanspraak is ondergebracht, dient zorg te dragen voor afstorting bij een externe pensioenverzekeraar van het kapitaal dat nodig is voor het aan de andere echtgenoot toekomende deel van de pensioenaanspraak. Dat betekent dat voor de hoogte van het af te storten bedrag niet zozeer relevant, laat staan doorslaggevend is wat de hoogte van de aanspraak is op de peildatum, als wel welk bedrag voor de afstorting nodig is om die aanspraak zoals vastgesteld op de peildatum te kunnen effectueren. Dat kan niet anders worden begrepen dan dat dient te worden berekend wat de aanspraak is op de peildatum, waarna op de datum van afstorten dat bedrag moet worden verstrekt dat nodig is om die pensioenaanspraak bij de verzekeraar ook daadwerkelijk te kunnen realiseren, aldus het onderdeel. De overige overwegingen van genoemd beschikking doen daaraan volgens het onderdeel niet af. De vennootschap dient in beginsel zorg te dragen voor het voorhanden hebben van voldoende geld in kas, en als dat zo is, moet de afstortingsverplichting onverminderd worden nagekomen. Slechts indien er een onderdekking is, kan de postrelationele solidariteit meebrengen dat dit tekort gelijkelijk wordt gedeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f16c1d73926cf4ca1def07ff65d62c1cea07a3de30bb3039851d22a7312ab493. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f16c1d73926cf4ca1def07ff65d62c1cea07a3de30bb3039851d22a7312ab493, en de alinea staat in dat document op bytes 31298 tot 33661.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f16c1d73926cf4ca1def07ff65d62c1cea07a3de30bb3039851d22a7312ab493 | shasum -a 256