Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2019

Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1007.

In datzelfde slot lijkt de vrouw ten slotte aan te voeren dat niet gesteld of gebleken is dat en waarom niet mogelijk zou zijn geweest om, indien gewenst, zijn deel van het pensioen af te storten bij een verzekeraar. Het hof heeft echter in rov. 7.59 van zijn tussenbeschikking van 9 maart 2017 (in cassatie onbestreden) vastgesteld dat de man heeft aangevoerd dat er onvoldoende rekening is gehouden met de postrelationele pensioensolidariteit en hij, gelet op zijn leeftijd en toekomstige verdiencapaciteit, niet in staat zal zijn om voor zichzelf een redelijk pensioen op te bouwen. Volgens hem zijn er – onder andere daarmee – voldoende redenen aanwezig om het verzoek tot afstorting af te wijzen. Aan de door het hof benoemde deskundige zijn dan ook verschillende vragen gesteld die tot strekking hebben te bepalen of er binnen [A] in verschillende situaties (waaronder op de peildatum) voldoende kapitaal aanwezig was om zowel het aan de vrouw toekomende deel van de pensioenaanspraken af te storten als het daarmee corresponderende aandeel van de man te dekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f16c1d73926cf4ca1def07ff65d62c1cea07a3de30bb3039851d22a7312ab493. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f16c1d73926cf4ca1def07ff65d62c1cea07a3de30bb3039851d22a7312ab493, en de alinea staat in dat document op bytes 51481 tot 52695.