Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2019
Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1007.
Bij dit laatste valt nog op te merken dat de (proces-)houding van partijen in de periode volgend op hun echtscheiding mogelijk een rol zou kunnen spelen bij de beantwoording van de vraag of de redelijkheid en billijkheid zich in het concrete geval wellicht zouden verzetten tegen de deling van genoemd dekkingstekort, bijvoorbeeld in het geval aan een afstortingsplicht langere tijd niet wordt voldaan. Daarbij moet echter in aanmerking worden genomen dat de (omvang van de) plicht tot afstorting eerst komt vast te staan bij vaststelling daarvan door de rechter. In het onderhavige geval is door de rechtbank nog slechts een afstortingsplicht van € 160.000,- vastgesteld en is pas bij beschikking in hoger beroep een afstortingsplicht van € 302.372,- vastgesteld, zodat mijns inziens in het algemeen niet gezegd kan worden dat de verhoging van het afstortingskapitaal van € 302.372,- naar een (rest)waarde van € 357.089,- die door de tussen de peildatum/tijdstip van echtscheiding en het moment van de door het hof gewezen beschikking, althans per 1 januari 2018, lager geworden rente nodig is geworden (zie rov. 2.5) ook in geval van een dekkingstekort alleen voor rekening van de man zou dienen te komen, omdat de man in die periode nog niet tot (volledige) afstorting is overgegaan. Bij de door de vrouw aan de man verweten proceshouding teken ik voorts aan dat de man in beginsel het recht heeft zich – ook in rechte – tegen een hem op te leggen afstortingsplicht te verzetten als hij van mening is dat er gegronde redenen zijn om die plicht (gedeeltelijk) af te wijzen. Het feit dat de procedure – waarin meerdere andere geschilpunten aan de orde waren, in eerste aanleg en ook in hoger beroep – zo lang heeft geduurd zal niet snel geheel op zijn conto kunnen worden geacht te komen. Ten slotte geeft het onderdeel niet aan dat de vrouw ten aanzien van het verwijt dat zij hem maakt over zijn proceshouding – ook voor zover dat inhoudt dat hij niet direct open kaart heeft gespeeld en heeft nagelaten de juiste berekening te maken dan wel de daarvoor benodigde gegevens aan de vrouw ter beschikking te stellen – in feitelijke instanties concrete stellingen heeft ingenomen, waarop het hof had kunnen en dienen in te gaan, zodat die houding in cassatie niet meer in aanmerking kan worden genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f16c1d73926cf4ca1def07ff65d62c1cea07a3de30bb3039851d22a7312ab493. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f16c1d73926cf4ca1def07ff65d62c1cea07a3de30bb3039851d22a7312ab493, en de alinea staat in dat document op bytes 55247 tot 57774.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f16c1d73926cf4ca1def07ff65d62c1cea07a3de30bb3039851d22a7312ab493 | shasum -a 256