Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019
Alinea 182 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1018.
12. De Hoge Raad heeft zijn standpunt nadien herhaald, meest recent in zijn arrest van 12 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:341, NJ 2019/132 (rov. 3.3.1). In datzelfde arrest overweegt de Hoge Raad vervolgens kort dat de verdachte in die zaak ten tijde van het politieverhoor op 5 november 2013 noch aan art. 28 Sv, noch aan art. 6 EVRM een aanspraak op verhoorbijstand kan ontlenen. Voorts oordeelt de Hoge Raad (rov. 3.4) onjuist de opvatting – in mijn bewoordingen – dat indien het politieverhoor vóór maar de terechtzitting ná het verstrijken van de omzettingstermijn van Richtlijn 2013/48/EU heeft plaatsgevonden, op grond van die richtlijn het rechtsgevolg van bewijsuitsluiting aan het ontbreken van verhoorbijstand dient te worden verbonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca4df2cda30db6479f087ca658a530c2539f6d87904ff1d27da9b08481d5abba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca4df2cda30db6479f087ca658a530c2539f6d87904ff1d27da9b08481d5abba, en de alinea staat in dat document op bytes 56537 tot 57463.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca4df2cda30db6479f087ca658a530c2539f6d87904ff1d27da9b08481d5abba | shasum -a 256