Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019
Alinea 226 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1018.
38. Dat neemt niet weg dat op de bewijsvoering van het hof ter zake van het voorwaardelijk opzet van de verdachte wel wat valt aan te merken. Zo is mij niet duidelijk hoe de overweging van het hof dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij valse facturen accepteerde en verwerkte, omdat deze facturen geen door [C] en/of [B] geleverde goederen betroffen, zich verhoudt tot de voor het bewijs gebruikte schriftelijke verklaring van de verdachte (bewijsmiddel 20), voor zover inhoudende dat [betrokkene 3] en [betrokkene 5] – naar eigen zeggen – samenwerkten met [B] en dat zij op enig moment zijn gaan samenwerken met [C] en de verdachte toen facturen kreeg van deze B.V. Ook de als bewijsmiddel 16 gebruikte verklaring van de verdachte – voor zover inhoudende “[i]k heb inkoopprijzen van auto’s gekregen van [E] , [C] en [B] , eigenlijk van [betrokkene 5] en [betrokkene 3] dus, die gewoon niet konden als je de prijs ziet waarvoor die auto’s in Duitsland aangeboden werden. Hoe het precies zat wist ik niet.” – duidt er mijns inziens niet zonder meer op dat de verdachte bewust heeft aanvaard dat de bedrijven [C] en [B] niet daadwerkelijk bij de leveringen van auto’s waren betrokken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca4df2cda30db6479f087ca658a530c2539f6d87904ff1d27da9b08481d5abba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca4df2cda30db6479f087ca658a530c2539f6d87904ff1d27da9b08481d5abba, en de alinea staat in dat document op bytes 91639 tot 92885.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca4df2cda30db6479f087ca658a530c2539f6d87904ff1d27da9b08481d5abba | shasum -a 256