Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019

Alinea 229 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1018.

41. Volgens de steller van het middel passen deze verklaringen van de verdachte “eerder bij (bewuste) schuld dan bij voorwaardelijk opzet”. Daar denk ik anders over. Het kennelijke oordeel van het hof dat de verdachte – door ondanks (i) de argwaan die de lage verkoopprijzen hem gaven, (ii) de geluiden die hij in de wandelgangen hoorde over btw-fraude in de autobranche, (iii) de ongerijmde informatie die hij moet hebben aangetroffen in de uittreksels van het handelsregister en (iv) zijn wetenschap dat er iets niet klopte met de btw en het aftrekken van de voorbelasting (hij daarbij zijn kop in het zand stak) – bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij feitelijke leiding gaf aan het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting door [A] , is mijns inziens niet onjuist of onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca4df2cda30db6479f087ca658a530c2539f6d87904ff1d27da9b08481d5abba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca4df2cda30db6479f087ca658a530c2539f6d87904ff1d27da9b08481d5abba, en de alinea staat in dat document op bytes 96187 tot 97121.