Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019

Alinea 232 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1018.

44. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 24 januari 2018 heeft de raadsman van de verdachte aldaar het woord gevoerd overeenkomstig zijn overgelegde en aan het proces-verbaal gehechte pleitnota. Deze pleitnota (p. 4) houdt – voor zover hier relevant – onder meer in dat namens de verdachte is bepleit dat hij van het tenlastegelegde feit moet worden vrijgesproken, omdat hij ten tijde van dit feit kon en mocht menen dat het recht op aftrek van voorbelasting steeds bestond nu hem een “op zichzelf correcte factuur” met vermelding van btw voor de koop van uit Duitsland geïmporteerde auto’s is uitgereikt, ook als de verdachte daarmee bewust betrokken was bij ontduiking van de btw dan wel bij btw-fraude. Aldus zou volgens de steller van het middel sprake zijn geweest van een destijds pleitbaar standpunt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca4df2cda30db6479f087ca658a530c2539f6d87904ff1d27da9b08481d5abba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca4df2cda30db6479f087ca658a530c2539f6d87904ff1d27da9b08481d5abba, en de alinea staat in dat document op bytes 97664 tot 98529.