Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019

Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1018.

Toen ik velgen ophaalde op het kamp, veertien dagen geleden, kwam ik [betrokkene 6] tegen. Er stond een busje in de weg, en [betrokkene 6] kwam naar buiten. Hij was aan het verbouwen. Heel die woonwagen werd verbouwd, een nieuwe keuken en badkamer gingen erin. Die woont dus gewoon op het kamp in Nederland. Dan bedoel ik het kamp in Apeldoorn aan de [c-straat] . Ik moet wel toegeven dat ik eigenlijk wel wist, en zeker had moeten weten, dat er iets niet goed zat met de BTW op de facturen die ik heb gekregen van [B] , [C] en [E] . Zoals ik al gezegd heb, zijn de inkoopprijzen waarvoor [betrokkene 5] en [betrokkene 3] mij de auto’s aan kon bieden zo laag, vergeleken met de prijzen waarvoor die auto’s op internet staan, dat het niet om kortingen kan gaan. Ik ben doorgegaan, omdat het toch heel interessante handel was, waaraan ik goed kon verdienen. Ik heb mijn kop in het zand gestoken, door mezelf wijs te maken dat die kampers wel iets zouden kunnen met belastingen wat normaal niet kan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca4df2cda30db6479f087ca658a530c2539f6d87904ff1d27da9b08481d5abba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca4df2cda30db6479f087ca658a530c2539f6d87904ff1d27da9b08481d5abba, en de alinea staat in dat document op bytes 19541 tot 20554.