Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019

Onder 3.10 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1059.

“Met betrekking tot deze vraag constateer ik van mijn kant dat de SER van oordeel was, dat er geen werkelijke noodzaak bestond om in bepaalde concernsituaties te twijfelen aan de mogelijkheid om door een redelijke wetsinterpretatie tot bevredigende oplossingen te komen. Bij dit oordeel heb ik mij aangesloten, weshalve ik geen voorstellen dienaangaande in het wetsvoorstel heb opgenomen. Ik stel mijn vertrouwen in de rechtspraak van de Ondernemingskamer. Het «afzien van een regeling» moet uitsluitend in die zin worden verstaan. (…) Zoals bekend wordt in de Nederlandse rechtspraak en de rechtspraktijk nogal eens teruggegrepen op de wetsgeschiedenis en een dergelijke uitdrukkelijke standpuntbepaling kan dus van invloed zijn. Wat betreft de vraag zelf lijkt mij weinig betoog te behoeven dat het aspect van de werknemers – zij zijn het die te lijden hebben onder het wanbeleid, waartegen zij zich met een enquêteverzoek willen keren – van groter belang is dan dat van de werkgevers in het concern.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43b00bb65f2391e7d094ce013b8fa48a492bc9e25be7fbcd492e36dbfda248a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43b00bb65f2391e7d094ce013b8fa48a492bc9e25be7fbcd492e36dbfda248a9, en de alinea staat in dat document op bytes 51355 tot 52445.