Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019
Onder 3.53 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1059.
Voor het kunnen instellen van een concernenquête bij een groepsgenoot is het kwalificeren als dochtermaatschappij niet voldoende. Naast juridisch-organisatorische verbondenheid geldt dat sprake moet zijn van een economische eenheid. Voor een economische eenheid is beslissend dat vanuit de moedermaatschappij daadwerkelijk centrale leiding wordt uitgeoefend. Aangenomen wordt dat (reeds) sprake is van centrale leiding als een gemeenschappelijke strategie wordt gevoerd en op basis hiervan het beleid van de groepsmaatschappij wordt gepland, gecoördineerd en gecontroleerd. De centrale leiding moet zo nodig tegen de wil van de groepsmaatschappij kunnen worden “doorgezet”. Ik begrijp de stellingen van VEB c.s., weergegeven onder het eerste gedachtestreepje in rov. 3.13, zo dat zij zich op het bestaan van een groep - organisatorische verbondenheid en economische eenheid van SNS Reaal en SNS Bank onder gemeenschappelijke leiding - hebben beroepen. Ik wijs met name naar de pleitnotities namens VEB c.s. voor de zitting van 8 juni 2017 onder 4.3:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43b00bb65f2391e7d094ce013b8fa48a492bc9e25be7fbcd492e36dbfda248a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43b00bb65f2391e7d094ce013b8fa48a492bc9e25be7fbcd492e36dbfda248a9, en de alinea staat in dat document op bytes 146581 tot 147713.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/43b00bb65f2391e7d094ce013b8fa48a492bc9e25be7fbcd492e36dbfda248a9 | shasum -a 256