Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019

Onder 3.72 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1059.

Subonderdeel 1.9 klaagt dat de ondernemingskamer met haar oordelen in rov. 3.12-3.20 en het daarop gebaseerde dictum heeft miskend dat zij is gebonden aan haar eerdere in rov. 3.30 van de tussenbeschikking van 8 juli 2015, bij wege van bindende eindbeslissing, gegeven oordeel omtrent de toepasselijke juridische maatstaf voor het gelasten van een concernenquête. Volgens het subonderdeel heeft de ondernemingskamer in die tussenbeschikking het hebben van (enige) ruimte voor het voeren van een eigen, zelfstandig beleid beslissend geacht voor de beoordeling of een concernenquête kan worden gelast. Als een rechter een feitelijk of juridisch geschilpunt uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft beslist, mag hij daar in beginsel niet op terugkomen. Volgens het subonderdeel had de ondernemingskamer daarom ook bij de beoordeling of ten aanzien van SNS Bank een enquête kon worden gelast tot uitgangspunt moeten nemen dat een concernenquête niet kon worden gelast indien bij SNS Bank sprake was van (enige) ruimte voor het voeren van een eigen, zelfstandig beleid. Het subonderdeel klaagt dat het oordeel van de ondernemingskamer blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting door dit een en ander te miskennen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43b00bb65f2391e7d094ce013b8fa48a492bc9e25be7fbcd492e36dbfda248a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43b00bb65f2391e7d094ce013b8fa48a492bc9e25be7fbcd492e36dbfda248a9, en de alinea staat in dat document op bytes 198188 tot 199464.