Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019
Onder 3.73 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1059.
Het subonderdeel gaat er terecht vanuit dat een rechter in beginsel niet kan terugkomen op een bindende eindbeslissing. De leer van de bindende eindbeslissing houdt in dat een rechter die in een tussenuitspraak een of meer geschilpunten uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft beslist, hieraan in beginsel in het verdere verloop van het geding aan gebonden is. Een bindende eindbeslissing is dus een uitdrukkelijk en zonder voorbehoud gegeven beslissing over een feitelijk of juridisch geschilpunt. Het uitgangspunt dat de rechter aan zijn eigen eindbeslissing is gebonden, vindt zijn grondslag in de eisen van een goede procesorde en heeft een op beperking van het debat gerichte functie. De eisen van een goede procesorde brengen echter tevens mee dat een de rechter aan wie is gebleken dat een eerdere door hem gegeven, niet in een einduitspraak vervatte eindbeslissing, berust op onjuiste feitelijke of juridische grondslag, onder omstandigheden bevoegd is over te gaan tot heroverweging van die eindbeslissing, om te voorkomen dat hij op een ondeugdelijke grondslag een einduitspraak zou doen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43b00bb65f2391e7d094ce013b8fa48a492bc9e25be7fbcd492e36dbfda248a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43b00bb65f2391e7d094ce013b8fa48a492bc9e25be7fbcd492e36dbfda248a9, en de alinea staat in dat document op bytes 199544 tot 200976.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/43b00bb65f2391e7d094ce013b8fa48a492bc9e25be7fbcd492e36dbfda248a9 | shasum -a 256