Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019

Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1059.

De limitatieve opsomming van de enquêtebevoegden in de wet sluit echter een concernenquête niet uit wanneer onder houders van aandelen of certificaten van aandelen in een NV of BV als bedoeld in art. 2:346 lid 1 onder b of c BW mede te begrijpen zijn houders van aandelen of certificaten van aandelen in de moedermaatschappij van die NV of BV. Storm spreekt in dit verband van een dochter met een reële aandeelhouder, de moeder, en van “virtuele” aandeelhouders van de dochter, de reële aandeelhouders van de moeder, en concludeert op basis van de Landis -beschikking: “Voor “virtueel” moet men blijkbaar ook ‘echt’ lezen.” Een concernenquête bewerkstelligt anders gezegd een “bevoegdheidsdoorbraak” naar een dochter van de moedermaatschappij (holding). Het wettelijke uitgangspunt is immers dat uitsluitend een aandeelhouder van de moeder om een enquête bij de moeder kan verzoeken en alleen een aandeelhouder van de dochter om een enquête bij de dochter kan verzoeken. Maeijer geeft hiervoor de volgende rechtvaardiging:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43b00bb65f2391e7d094ce013b8fa48a492bc9e25be7fbcd492e36dbfda248a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43b00bb65f2391e7d094ce013b8fa48a492bc9e25be7fbcd492e36dbfda248a9, en de alinea staat in dat document op bytes 40353 tot 41641.