Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019
Onder 3.22 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1063.
Volgens de Hoge Raad is in dit verband noodzakelijk, maar ook voldoende, dat een partij zodanige feitelijke stellingen aan zijn vordering ten grondslag legt dat deze – eventueel in onderling verband en samenhang bezien, mits voor zowel de rechter als de wederpartij duidelijk genoeg is dat de desbetreffende stellingen (mede) in die samenhang of dat verband ten grondslag worden gelegd aan de vordering – toewijzing van de vordering kunnen rechtvaardigen op de door de rechter bij te brengen rechtsgrond. Of aan deze eisen is voldaan, vergt een oordeel van feitelijke aard, dat in cassatie slechts op begrijpelijkheid kan worden getoetst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d91ecb2c7524881d516976697b639aaf2219a5ae6084549dd2ba597f3717296. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d91ecb2c7524881d516976697b639aaf2219a5ae6084549dd2ba597f3717296, en de alinea staat in dat document op bytes 56971 tot 57755.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8d91ecb2c7524881d516976697b639aaf2219a5ae6084549dd2ba597f3717296 | shasum -a 256