Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019

Onder 3.24 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1063.

De tweede klacht stelt dat het hof door ambtshalve toepassing te geven aan art. 6:248 lid 1 BW buiten de grenzen van de rechtsstrijd van partijen is getreden. Het daartoe gevoerde betoog begrijp ik (met Staedion ) aldus, dat Staedion haar beroep op onvoorziene omstandigheden in het kader van de gestelde vrijblijvende intentie heeft gedaan, zodat het hof de rechtsgevolgen van dat beroep niet had mogen toepassen op de door het hof aangenomen contractuele verplichting tot onderhandelen (en, vervolgens, tot opdrachtverstrekking). De redenering van [eiseres] is daarmee kennelijk dat indien het hof (al dan niet veronderstellenderwijs) zou aannemen dat sprake was van een contractuele verplichting tot (door)onderhandelen, het beroep op onvoorziene omstandigheden niet aan toewijzing van de primaire vordering in de weg zou (kunnen) staan, omdat dit beroep zou zijn gedaan in het kader van ‘de gestelde intentie’ en niet in het kader van een (veronderstellenderwijs) aangenomen contractuele verplichting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d91ecb2c7524881d516976697b639aaf2219a5ae6084549dd2ba597f3717296. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d91ecb2c7524881d516976697b639aaf2219a5ae6084549dd2ba597f3717296, en de alinea staat in dat document op bytes 58534 tot 59721.