Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019

Onder 3.29 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1063.

Uit het onder 3.25-3.28 weergegeven partijdebat volgt dat Staedion zich in feitelijke instanties onder meer op het standpunt heeft gesteld dat zij niet gehouden was (na de bouw van de 60 woningen) verder te onderhandelen met [eiseres] over de realisatie van nog eens 240 woningen. Volgens haar was hooguit sprake van een niet-bindende intentie om daarover te onderhandelen. Mede gelet op de gewijzigde omstandigheden – door het hof in rov. 12 (in cassatie onbestreden) aangemerkt als “onvoorziene omstandigheden” – kon Staedion de onderhandelingen met [eiseres] gerechtvaardigd afbreken. Nu volgens Staedion slechts sprake was van een intentie tot (door)onderhandelen, heeft zij haar betoog dat de onderhandelingen mochten worden afgebroken gevoerd langs de lijnen van de toetsingsmaatstaf voor het afbreken van onderhandelingen in de precontractuele fase. Het voorgaande maakt duidelijk dat de klacht terecht aanvoert dat Staedion haar beroep op onvoorziene omstandigheden heeft gedaan in het kader van haar betoog dat geen sprake was van een contractuele plicht tot (door)onderhandelen die had moeten leiden tot opdrachtverstrekking. Dit betekent echter niet dat het hof door art. 6:248 lid 1 BW toe te passen (in strijd met art. 24 Rv) buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden, zoals de klacht betoogt. Daartoe is het volgende van belang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d91ecb2c7524881d516976697b639aaf2219a5ae6084549dd2ba597f3717296. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d91ecb2c7524881d516976697b639aaf2219a5ae6084549dd2ba597f3717296, en de alinea staat in dat document op bytes 66280 tot 67786.