Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019

Onder 3.39 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1063.

Het enkele feit dat Staedion deze vraag vanuit een ander perspectief (namelijk: een niet-bindende intentie tot onderhandelen) heeft beantwoord en dus haar beroep op onvoorziene omstandigheden in zoverre in een andere context heeft gedaan, is onvoldoende om te spreken van een ontoelaatbare verrassingsbeslissing. Partijen dienen immers, zoals gezegd (3.36), erop bedacht te zijn dat de rechter, binnen de grenzen van de rechtsstrijd, op grond van art. 25 Rv gehouden is tot ambtshalve aanvulling van de rechtsgronden. [eiseres] had er dan ook redelijkerwijs rekening mee moeten houden dat hof het beroep van Staedion op onvoorziene omstandigheden via een andere rechtsgrond zou kunnen betrekken bij de beoordeling van de vraag of het afbreken van de onderhandelingen gerechtvaardigd was, ook indien het hof zou aannemen dat sprake was van een contractuele verplichting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d91ecb2c7524881d516976697b639aaf2219a5ae6084549dd2ba597f3717296. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d91ecb2c7524881d516976697b639aaf2219a5ae6084549dd2ba597f3717296, en de alinea staat in dat document op bytes 77607 tot 78490.