Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019

Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1063.

Ten aanzien van de primaire vorderingen overwoog het hof als volgt. Vooropgesteld wordt dat [eiseres] zich in feite op het standpunt stelt dat “sprake is van een ‘voorovereenkomst’, waarbij door partijen is afgesproken te onderhandelen en zich in te spannen om tot (uiteindelijk, dat wil zeggen na een bouwteam(overeenkomst)) een opdrachtovereenkomst voor de 240 woningen te komen” (rov. 7). Vervolgens overweegt het hof dat in het midden kan blijven of op Staedion de door [eiseres] gestelde contractuele verplichting rustte, nu ook indien moet worden aangenomen dat dit het geval is, de primaire vorderingen niet kunnen worden toegewezen (rov. 10). Het hof vervolgt (rov. 11):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d91ecb2c7524881d516976697b639aaf2219a5ae6084549dd2ba597f3717296. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d91ecb2c7524881d516976697b639aaf2219a5ae6084549dd2ba597f3717296, en de alinea staat in dat document op bytes 28250 tot 28984.