Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019
Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1063.
Ook in de literatuur wordt doorgaans aangenomen dat art. 6:258 BW slechts in zoverre een lex specialis vormt ten opzichte van art. 6:248 BW, dat een partij niet met een beroep op art. 6:248 BW kan bereiken dat de rechter in verband met onvoorziene omstandigheden de overeenkomst wijzigt of ontbindt als bedoeld in art. 6:258 BW. Wil een partij aan zijn beroep op onvoorziene omstandigheden de modaliteiten van art. 6:258 BW verbonden zien, dan zal hij zich ook op deze bepaling moeten beroepen. De exclusieve werking van art. 6:258 BW beperkt zich dus tot de rechtsgevolgen van het beroep op onvoorziene omstandigheden: de rechtsgevolgen van de bijzondere norm kunnen niet worden bereikt door een beroep op de algemene norm.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d91ecb2c7524881d516976697b639aaf2219a5ae6084549dd2ba597f3717296. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d91ecb2c7524881d516976697b639aaf2219a5ae6084549dd2ba597f3717296, en de alinea staat in dat document op bytes 42532 tot 43369.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8d91ecb2c7524881d516976697b639aaf2219a5ae6084549dd2ba597f3717296 | shasum -a 256