Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019

Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1063.

Verder is te noemen een arrest van 25 februari 2000, waarin de Hoge Raad op zichzelf geen probleem zag in het feit dat de rechtbank het beroep van verweerster op art. 6:258 BW – in de woorden van de Hoge Raad – “kennelijk [had] opgevat als een beroep op art. 6:248 lid 2 BW” ; de Hoge Raad casseerde omdat de rechtbank de maatstaf van art. 6:248 BW verkeerd had toegepast, niet omdat voor toepassing van deze bepaling geen ruimte was. Tot slot wijs ik op het arrest Bramer/Colpro , waarin de verhouding tussen art. 6:233, onder a en art. 6:248 lid 2 BW aan de orde kwam. Voor art. 6:233, onder a BW geldt blijkens de wetsgeschiedenis dat zij in zoverre moet worden beschouwd als een lex specialis ten opzichte van art. 6:248 lid 2 BW, dat zij op voor het door haar bestreken terrein aan laatstgenoemde bepaling derogeert. De Hoge Raad gaat hier uit van keuzevrijheid voor de belanghebbende:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d91ecb2c7524881d516976697b639aaf2219a5ae6084549dd2ba597f3717296. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d91ecb2c7524881d516976697b639aaf2219a5ae6084549dd2ba597f3717296, en de alinea staat in dat document op bytes 46349 tot 47619.