Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2019
Onder 7.6 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1096.
De MvT noemt een parkeerterrein als voorbeeld van een ‘aanhorigheid’ (zie 4.7), terwijl diezelfde MvT een parkeerterrein ook noemt als voorbeeld van een ‘onderdeel van een gebouw’ (zie 4.9). Nu die twee kwalificaties elkaar uitsluiten (als iets al deel uitmaakt van het gebouw, kan het niet tegelijk géén onderdeel, maar slechts een aanhorigheid zijn), moet een parkeerterrein kennelijk gezien worden als ‘onderdeel van een gebouw’ als het ‘onmiddellijk en uitsluitend dienstbaar’ is aan het gebouw, maar als ‘aanhorigheid’ als het niet ‘onmiddellijk en uitsluitend dienstbaar’ is, maar slechts - indirecter - ‘behoort bij, in gebruik is met en dienstbaar is aan’ het gebouw.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/24bc538e1444763b487e95b647914a957fa2838de4b2ffd88f66f02507d16dc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 24bc538e1444763b487e95b647914a957fa2838de4b2ffd88f66f02507d16dc6, en de alinea staat in dat document op bytes 137372 tot 138091.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/24bc538e1444763b487e95b647914a957fa2838de4b2ffd88f66f02507d16dc6 | shasum -a 256