Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 november 2019

Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 19 november 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1168.

“2.3.3. Indien de door het openbaar ministerie aangedragen feiten en omstandigheden een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat zo een verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72f0bbd70c9231f5df1a23e843ae1917613e1e468d175224c1112d06b5d5d483. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72f0bbd70c9231f5df1a23e843ae1917613e1e468d175224c1112d06b5d5d483, en de alinea staat in dat document op bytes 22815 tot 23400.