Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2019

Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1174.

Ik zie daarvoor eigenlijk geen aanleiding. Nationale-Nederlanden c.s. zijn niet onnodig in een procedure betrokken. Dat de goede procesorde erbij gebaat zou zijn als het hof [verweerders] na beoordeling van zijn vorderingen alsnog niet-ontvankelijk had verklaard in zijn vordering betreffende de primaire verklaring voor recht, valt ook niet meteen in te zien. De procedure was op dat moment immers al gevoerd. Uiteindelijk is de vraag vooral of eiser, hoewel de rechter (zoals in casu het hof) in zijn overwegingen al het oordeel onrechtmatigheid heeft uitgesproken, alsnog de door hem gevorderde verklaring voor recht moet worden ontzegd, omdat daarop toch geen veroordeling meer kan worden gebaseerd. Hoewel dat ook in tamelijk recente feitenrechtspraak nog wel gebeurt, sluit dit in het algemeen wat mij betreft toch niet goed aan bij de genoemde ontwikkelingen waarin niet alleen in het aansprakelijkheidsrecht maar ook in het burgerlijk procesrecht gezocht wordt naar (andere vormen van) genoegdoening (dan door veroordeling tot een prestatie).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4baaae04c66035848200a5d50721c846f1b7be532a4aed0f60d7a649aa8c163c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4baaae04c66035848200a5d50721c846f1b7be532a4aed0f60d7a649aa8c163c, en de alinea staat in dat document op bytes 59183 tot 60374.