Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 november 2019

Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 19 november 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1185.

51. In de toelichting op het middel wordt ook niet toegelicht wat het hof aanleiding had kunnen geven om de straf voor de feiten 3, 4 en 5 anders te bepalen dan in 2014. Naar het mij voorkomt mag van de steller van een middel dat over schending van een terugwijzingsopdracht als in de onderhavige zaak klaagt, worden gevraagd dat enige toelichting op het belang bij cassatie wordt verschaft. De beslissingen waar het bij die schendingen om gaat, zijn beslissingen waarbij het gerechtshof gewoonlijk geen behoefte heeft aan een nieuwe afweging. Dat de hoogte van de schadevergoedingsmaatregel wordt afgestemd op het (inmiddels onherroepelijk) toegewezen deel van de vordering van de benadeelde partij, spreekt voor veel rechters vanzelf. Ook bij het bepalen van de straf ligt het gewoonlijk niet in de rede dat een andere inschatting wordt gemaakt van de straf die de rechtbank voor de buiten het hoger beroep gebleven feiten zou hebben opgelegd. Slechts bij uitzondering zal dat anders liggen. Dat zich in de onderhavige zaak een dergelijke uitzondering voordoet, wordt in de schriftuur niet gesteld, laat staan beargumenteerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/040d05f2fad760e07fa002482fc3ba122de8e1d5f67cd5d093f6fa640c8cb623. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 040d05f2fad760e07fa002482fc3ba122de8e1d5f67cd5d093f6fa640c8cb623, en de alinea staat in dat document op bytes 73828 tot 75032.