Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019

Onder 4.16 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:123.

Het hof heeft de juistheid van de stellingen van [verweerder 1] dat met de genoemde transacties geen verandering is gebracht in de rechtspositie van [eisers] , niet in het midden gelaten. Het hof heeft slechts geoordeeld dat die juistheid in het kader van dit bevoegdheidsincident niet kan worden beoordeeld. De figuur van de hypothetische feitelijke grondslag in cassatie, waarop de klacht is gestoeld, ziet alleen op situaties waarin de juistheid van een stelling niet is beoordeeld (en dus in het midden is gelaten) waar dat wel mogelijk en bovendien noodzakelijk was voor de beoordeling van het geschil. Nu het hier gaat om een bevoegdheidsincident, waarin de rechter te oordelen heeft op basis van de stellingen van eiser, faalt de klacht. Verder heeft het hof geoordeeld dat niet is gebleken dat [eisers] geen recht of belang hebben om de Nederlandse gedaagden in rechte te betrekken of dat zij anderszins misbruik van recht hebben gemaakt. Daarmee heeft het hof het beroep op misbruik van recht voldoende gemotiveerd verworpen. Het onderdeel faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b, en de alinea staat in dat document op bytes 75323 tot 76463.