Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:123.

In het bestreden arrest is over een deel van de vorderingen van [eisers] nog niet definitief besloten, namelijk voor zover het vonnis is vernietigd en de zaak is teruggewezen naar de rechtbank voor verdere behandeling. In zoverre is het arrest een tussenarrest, waarvan in beginsel ingevolge art. 401a Rv slechts tegelijk met de einduitspraak cassatie kan worden ingesteld. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt echter dat omwille van de goede procesorde tegen dergelijke deelarresten beroep in cassatie kan worden ingesteld, dus ook voor zover het deelarrest een tussenarrest is en daartegen geen tussentijds cassatieberoep is opengesteld. Daarbij geldt de regel dat de eiser tot cassatie niet uitsluitend klachten mag richten tegen het gedeelte van het arrest dat als tussenarrest wordt beschouwd, omdat daarmee het rechtsmiddelenverbod zou worden omzeild. Deze situatie doet zich thans niet voor. [eisers] hebben immers klachten gericht tegen de bekrachtiging door het hof van het afwijzende bevoegdheidsoordeel van de rechtbank, waarmee een einde is gemaakt aan het geding voor zover het ziet op de desbetreffende vorderingen. Zij klagen dus over dat gedeelte van het bestreden arrest waarin een eindbeslissing is gegeven, zodat zij ontvankelijk zijn in hun cassatieberoep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b, en de alinea staat in dat document op bytes 17705 tot 19129.