Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019
Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:123.
Bij de bespreking van het middel stel ik het volgende voorop. Bij de Wet van 6 december 2001 is in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een algemene regeling inzake de rechtsmacht van de Nederlandse rechter ingevoegd in de eerste afdeling van de eerste titel van Boek 1 Rv. Bij het opstellen van deze commune bevoegdheidsbepalingen (art. 1-14 Rv) is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij het destijds voor Nederland geldende EG Bevoegdheids- en Executieverdrag van 27 september 1968 (hierna: EEX-Verdrag, in de parlementaire geschiedenis aangeduid als het Verdrag van Brussel) en het op 16 september 1988 te Lugano tot stand gekomen Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. In de parlementaire geschiedenis van de Wet van 6 december 2001 valt over de opzet van de afdeling inzake de rechtsmacht van de Nederlandse rechter het volgende te lezen:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b, en de alinea staat in dat document op bytes 20349 tot 21487.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b | shasum -a 256