Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019

Onder 3.10 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:123.

In het commune internationaal procesrecht gaat de Nederlandse rechter voor het bepalen van zijn rechtsmacht uit van de door de eiser aangevoerde stellingen en de grondslag van diens vorderingen. Niets verzet zich naar mijn mening ertegen dat de rechter bij het beoordelen van zijn rechtsmacht acht slaat op de eventuele betwistingen en stellingen van de verweerder zonder dat dit leidt tot een gedetailleerde bewijsvoering. Door daarop acht te slaan is de rechter in staat op te treden tegen eventuele bevoegdheidsmanipulaties van de eiser en worden langdurige procedures over de bevoegdheid voorkomen. Dit komt de proceseconomie ten goede en daarmee ook de doelmatigheid. Voor een gedetailleerde bewijsvoering is in het kader van een bevoegdheidsincident onder het commune internationaal procesrecht evenmin plaats.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b, en de alinea staat in dat document op bytes 35169 tot 36063.