Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019

Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:123.

Het hof heeft weliswaar alleen onrechtmatige daad genoemd als grondslag van de vorderingen van [eisers] jegens [verweerder 1] , maar in de bestreden overwegingen valt niet te lezen dat het hof van oordeel is dat de bevoegdheid van de Nederlandse rechter afhangt van de grondslag van de vorderingen in die zin dat de Nederlandse rechter niet ook bevoegd zou zijn kennis te nemen van een vordering gebaseerd op ongerechtvaardigde verrijking. Het hof heeft daarentegen betekenis aan deze grondslag toegekend in het kader van de beoordeling of voldoende samenhang bestaat in de zin van art. 7 lid 1 Rv. Daarbij is het hof niet van een onjuiste rechtsopvatting uitgegaan, omdat bij de beoordeling van de vraag of tussen die vorderingen samenhang bestaat betekenis kan worden toegekend aan de grondslag van de vorderingen jegens de verschillende gedaagden, hoewel een verschil in grondslag op zichzelf niet betekent dat geen samenhang bestaat. Het hof mocht bij de toepassing van art. 7 lid 1 dus betekenis toekennen aan de grondslag van de verschillende vorderingen van [eisers] Het onderdeel stuit hierop af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b, en de alinea staat in dat document op bytes 37053 tot 38269.