Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019

Onder 3.18 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:123.

Het subonderdeel gaat uit van een onjuiste rechtsopvatting voor zover het betoogt dat de rechter in zijn oordeel over de rechtsmacht uitdrukkelijk van iedere stelling van de eiser moet nagaan of deze is betwist. Zoals ik hierboven onder 3.10 heb geschreven, gaat de rechter voor het bepalen van zijn rechtsmacht uit van de door de eiser aangevoerde stellingen en de grondslag van diens vordering. De rechter kan daarbij acht slaan op de eventuele betwistingen door de verweerder. De rechter is niet gehouden in het kader van de beoordeling van zijn rechtsmacht alle betwistingen van de verweerder kenbaar in zijn beoordeling te betrekken. Een dergelijke benadering zou, zowel in het commune bevoegdheidsrecht als onder de gelding van het EEX-Verdrag en de EEX-Verordening, haaks staan op het uitgangspunt dat in beginsel de bevoegdheid op eenvoudige wijze moet worden bepaald. Bovendien betekent de omstandigheid dat sommige stellingen van [eisers] niet door [verweerder 1] zijn betwist, nog niet dat uit die stellingen ook kan worden afgeleid dat inderdaad sprake is van samenhang. Het hof is tot het oordeel gekomen dat uit de stellingen van [eisers] niet volgt dat sprake is van samenhang in de zin van art. 7 lid 1 Rv. Dat sommige van die stellingen niet zijn betwist, maakt dat oordeel niet onbegrijpelijk. De klacht faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b, en de alinea staat in dat document op bytes 40857 tot 42207.