Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019
Onder 3.19 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:123.
Het subonderdeel (onder 2.2.2) klaagt nog dat het oordeel van het hof in rov. 3.11 onbegrijpelijk is. Het subonderdeel betoogt dat het hof in rov. 3.7 voor zijn oordeel dat (wel) voldoende samenhang bestaat tussen sommige van de vorderingen tegen [verweerder 1] en die tegen de Nederlandse gedaagden, van doorslaggevend belang heeft geacht dat de gegrondheid van de vorderingen tegen [verweerder 1] een noodzakelijke voorwaarde is voor aansprakelijkheid van de Nederlandse gedaagden. Dat geldt ook voor de vorderingen tegen [verweerder 1] waarvan het hof in rov. 3.11 oordeelt dat zij niet samenhangen met de vorderingen tegen de Nederlandse gedaagden. Volgens het subonderdeel zouden de beide oordelen dus onverenigbaar zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b, en de alinea staat in dat document op bytes 42287 tot 43062.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b | shasum -a 256