Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019

Onder 3.35 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:123.

Het hof heeft rechtsmacht over deze vorderingen afgewezen, voor zover zij tegen [verweerder 1] zijn gericht, op de grond dat de stellingen van [eisers] over de ontneming van deze aandelen onvoldoende concreet zijn en samenhang met de vorderingen tegen de Nederlandse gedaagden dus niet kan worden vastgesteld (rov. 3.11). Daaruit vloeit voort dat die samenhang naar het oordeel van het hof ook niet bestaat voor zover de vorderingen tegen [verweerder 2] zijn gericht, omdat die vorderingen uitdrukkelijk op dezelfde stellingen zijn gebaseerd. Het hof behoefde, anders dan het subonderdeel aanvoert, niet opnieuw op deze stellingen in te gaan, en heeft geen onbegrijpelijk oordeel gegeven. Het subonderdeel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b, en de alinea staat in dat document op bytes 52045 tot 52835.