Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019

Onder 3.41 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:123.

Subonderdeel 4.3 klaagt dat het hof ten aanzien van de vordering tegen [verweerder 2] in rov. 3.14 blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting over art. 9, aanhef en onder c, Rv. Volgens het subonderdeel is voorzienbaar dat [eisers] in Moldavië geen eerlijk proces ten deel zal vallen, zodat het onaanvaardbaar is dat zij hun vorderingen aan de rechter van die staat onderwerpen. Verder zou het hof hebben miskend dat het beroep op forum necessitatis zich ook uitstrekt tot de vorderingen tegen [verweerder 2] . Ook klaagt het subonderdeel dat het hof zijn afwijzende oordeel in rov. 3.14 niet kon baseren op het gegeven dat in Moldavië is geprocedeerd, nu die procedures niet zagen op schadevergoeding en bovendien beïnvloed zijn door corruptie en machtsmisbruik. Evenmin kon het hof dit oordeel baseren op het gegeven dat in het Verenigd Koninkrijk en Cyprus is geprocedeerd, omdat het hof nader had moeten beoordelen of ook ter zake van de onderhavige vorderingen rechtsmacht zou bestaan in die twee landen, wat om verschillende redenen twijfelachtig is, aldus het subonderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b, en de alinea staat in dat document op bytes 57278 tot 58467.