Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019
Onder 4.6 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:123.
Subonderdeel 1.4 klaagt dat, kort gezegd, het hof heeft miskend dat de vorderingen van [eisers] op de Nederlandse gedaagden niet als een voldoende serieuze vordering (‘real claim’) kunnen worden aangemerkt. Het subonderdeel beoogt daarmee een beroep te doen op de antimisbruikdoelstelling van art. 7 lid 1 Rv: een vordering moet niet uitsluitend zijn ingesteld met als doel een van de verweerders af te trekken van de rechter van het land van zijn woonplaats. Het subonderdeel klaagt bovendien dat art. 1 EP EVRM geen directe doorwerking heeft, zodat de vorderingen tegen de verschillende gedaagden steeds aan de hand van rechtens verschillende maatstaven moeten worden beoordeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b, en de alinea staat in dat document op bytes 66069 tot 66816.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b | shasum -a 256