Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019

Onder 4.7 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:123.

Het subonderdeel miskent dat misbruik van art. 7 lid 1 Rv wordt voorkomen door het stellen van de eis van samenhang tussen de vorderingen die tegen de verschillende verweerders zijn ingesteld. Een zelfstandige eis dat sprake zou moeten zijn van een ‘real claim’ of voldoende serieuze vordering, wordt niet gesteld. De hierop gerichte klacht faalt. Voor zover het subonderdeel betoogt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat wel van een serieuze vordering sprake is, faalt ook deze klacht in het licht van het voorgaande. De klacht dat het hof heeft miskend dat art. 1 EP EVRM geen horizontale werking heeft, zodat ten aanzien van de verschillende verweerders niet van ‘eenzelfde situatie rechtens’ sprake is, faalt eveneens. De klacht miskent dat bij de beoordeling van de bevoegdheid de rechter in beginsel moet uitgaan van de grondslag van de vordering van de eiser (zie onder 3.10 van deze conclusie). Het hof heeft in rov. 3.7 overwogen dat de transacties die [eisers] ten grondslag hebben gelegd aan hun vorderingen tegen [verweerder 1] en tegen de Nederlandse gedaagden, zowel feitelijk als rechtens eenzelfde situatie betreffen, omdat zij zijn gebaseerd op onrechtmatige daad. Het hof heeft voor het bepalen van zijn rechtsmacht de juiste maatstaf aangelegd. Hierop stuit ook deze klacht af, zodat subonderdeel 1.4 in zijn geheel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49d00a0de8ef03eefc8d14d777031a9720ab632f6caad3fbf969e574761ac75b, en de alinea staat in dat document op bytes 66895 tot 68329.