Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 november 2019
Onder 3.10 Parket bij de Hoge Raad 8 november 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1264.
Ik merk op dat het Ritzen/Hoekstra -criterium ook zo kan worden gelezen dat de belangenafweging onderdeel is van de toets of de bodemuitspraak een klaarblijkelijke misslag bevat. Ik wijs naar de door mij in het citaat onderstreepte zinsdelen (zie hiervoor, 3.3). Daaruit blijkt dat de voorzieningenrechter de executie kan schorsen als de executant mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde niet een in redelijkheid te respecteren belang heeft bij de executie en dat dit geval zich voor kan doen indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een misslag berust . Anders gezegd, als een dergelijke misslag wordt geconstateerd, kan dat op zichzelf reden zijn waarom de executant onvoldoende belang heeft bij de executie. De executierechter hoeft dan niet afzonderlijk een belangenafweging te maken. Ik vind het beter passen bij de rechtspraak over het kort geding in het algemeen om uit te gaan van een separate belangenafweging. De vraag of het te executeren vonnis een misslag bevat laat zich bovendien beantwoorden zonder dat de belangen van de geëxecuteerde in aanmerking worden genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7aa0da63d20bbadd19f70eb37ad9581e01e4486295ac40bfb2931295c5756c8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7aa0da63d20bbadd19f70eb37ad9581e01e4486295ac40bfb2931295c5756c8b, en de alinea staat in dat document op bytes 54494 tot 55851.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7aa0da63d20bbadd19f70eb37ad9581e01e4486295ac40bfb2931295c5756c8b | shasum -a 256