Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2019

Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1267.

Uit deze citaten uit het bestreden arrest maak ik op dat het hof alle stellingen waarmee [eisers] de stellingen van [verweerder] heeft betwist ofwel onvoldoende onderbouwd heeft geacht, ofwel als niet ter zake doende heeft aangemerkt (dus als stellingen die – als daarvan zou worden uitgegaan – niet tot een ander oordeel zouden kunnen leiden, en dus in feite geen betwisting van de relevante stellingen van [verweerder] inhielden). Het resultaat van beide kwalificaties is dat er volgens het hof sprake is van een onvoldoende onderbouwde betwisting van de stellingen van [verweerder] . In dat geval wordt aan bewijslevering niet toegekomen. De conclusie van het hof om het bewijsaanbod van [eisers] af te wijzen, is hiervan dan enkel nog een logisch uitvloeisel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be7f34854c1861350d1774e5eae2f5dc158ee90c1164d6972e669ab98b27eae4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be7f34854c1861350d1774e5eae2f5dc158ee90c1164d6972e669ab98b27eae4, en de alinea staat in dat document op bytes 102579 tot 103493.